Zoeken
  • Caroline Pissens

Van kruipen worden we slim...

Waarom is de kruipfase zo belangrijk?

Kruipen is een fundamentele fase in de ontwikkeling van kinderen. Deze fase kan een grote impact hebben voor het leren van andere vaardigheden. Bij het kruipen voer je een gekruiste arm- en beenbeweging uit. Dit is noodzakelijk voor de verbindingen tussen onze linker- en rechter hersenhelft. Deze verbindingen zorgen ervoor dat onze hersenhelften goed samenwerken, wat uiteraard ook belangrijk is voor de cognitieve ontwikkeling. Kruipen zorgt bovendien ook voor bewegingsvrijheid, ruimtelijk inzicht en oog-handcoördinatie. Ook voor de verdere ontwikkeling van het evenwicht is kruipen belangrijk. Voor het eerst komt het kind voor de verdere ontwikkeling van het evenwicht is kruipen belangrijk. Voor het eerst komt het kind van de grond af en dit prikkelt de evenwichtsorganen, die op hun beurt de hersenen stimuleren. De oog-handcoördinatie wordt bij het kruipen ook weer gestimuleerd, evenals de opricht- en steunreacties. De baby leert vanuit een andere hoek focussen met de ogen. De samenwerking van de ogen wordt hierdoor ook gestimuleerd. Ze leren ook de afstand inschatten. Ook stimuleert kruipen de ruimtelijke oriëntatie; het ontdekken van ‘ruimte’. De baby werkt aan zijn conditie; kruipen vraagt veel energie! Later kan er ook een link zijn met dyscalculie en dyslexie als de kruipfase wordt overgeslaan. En kan het overslaan van de kruipfase makkelijker aanleiding geven tot concentratiestoornissen, Evenwichtsproblemen en coördinatieproblemen.


Kortom, vaak wordt er gedacht dat het overslaan van de kruipfase niet zo erg is. Vaak wordt er zelfs gezegd, ach ik heb zelf ook niet gekropen, en kijk maar, er is toch niets mis met mij.

Tuurlijk is dit niet heel erg, en kom je er zo ook wel. Maar het gaat hier eerder over gemist potentieel. Linken die niet gelegd worden in de hersenen. Het gecoördineerd gebruiken van beide hersenhelften gebeurt veel minder goed, waardoor je kindje later meer moeite zal hebben om bepaalde andere stappen in de ontwikkeling te doorlopen. Want zoveel leerprocessen in een later stadium zijn gebaseerd op een gekruiste coördinatie zoals lezen, schrijven,rekenen,muziekspelen,dansen...

Gaat het hier later over wel willen, maar niet kunnen. Als je kindje zot is van muziek later, maar het te snel opgeeft omdat het automatiseren vroeger niet volledig juist is gelopen, en daardoor moeite heeft met de coördinatie. Een voetballertje die motorisch links en rechts even sterk is, heeft natuurlijk een voordeel. Alles begint in de kindertijd met het correct doorlopen van alle mijlpalen.

Het gaat hier over het kindje een ideale start te geven om zijn volle potentieel te bereiken.

Het verschil tussen een eersteklasser en een derde provenciale. Wat voor de ouders allebei goed is, maar wat wil het kind zelf bereiken later. Het optimaal benutten van al zijn capaciteiten. In de normale ontwikkeling zijn er heel wat variaties op het kruipen, zoals één been meer onder het andere, één voetje op de grond, één beentje en één armpje worden meer gebruikt dan de andere,… Dit wil vaak ook zeggen dat er ergens op het lichaam blokkades zitten die een symmetrische kruiphouding kunnen verstoren. Hier kan een osteopaat meestal snel verandering in krijgen door deze blokkades vrij te maken. Vaak is een niet goed mobiele schedelbasis een belangrijke factor in het niet tot kruipen komen. Om te kunnen kruipen moet een baby eerst de schedel kunnen bewegen op de atlas (de eerste nekwervel), dit betekent dat de schedel naar voren moet kunnen glijden op de atlas, als dit moeilijk is vinden baby’s het erg vervelend om op de buik te liggen, ze beginnen dan meteen te huilen. Want om te kunnen zien waar je naar toe gaat moet je je hoofd kunnen optillen, om dit mogelijk te maken moet er een beweging naar voren van de schedel op de atlas gemaakt kunnen worden. Ook is voor het kruipen de beweging naar achteren van de schedel op de atlas erg belangrijk, als deze beweging niet goed mogelijk is kunnen baby’s hun heup niet ver genoeg buigen om de knie onder het bekken te trekken, tijgeren gaat dan nog wel maar kruipen is dan niet mogelijk. Als de schedel niet goed genoeg op de atlas kan bewegen zie je vaak ook andere dingen terug. Nogal eens is er een duidelijke voorkeurshouding in lig, ook wanneer het kind bij het op de buik liggen vrijwel meteen begint te huilen (dan is de schedelbeweging naar voren moeilijk) en veel overstrekken van het lijf en in het bijzonder van de nek en hoofd duiden op beperkingen die een rol kunnen spelen in het niet tot kruipen komen van baby’s. Billenschuiven komt ook steeds vaker voor. Hierbij zit het kind zeer graag en gaat het zich voort bewegen door een voor-achterwaartse beweging in zit. Dit gebeurt ofwel symmetrisch (beide benen samen) of assymmetrisch (één been meer dan het andere). Oorzaken kunnen zijn: - Te weinig buikervaring of grondervaring - Vaak in maxicosy, babysit - Te vroeg leren zitten, met name vóór het rollen - Nooit gerold - Iets zwaardere of erg rustige baby - Stuitligging, heupdysplasie, heel slappe baby -Blokkades in de nek of in het bekken Billenschuivers gaan gemiddeld later stappen (vanaf 20 maand). Ook zien we dat ze het ook later nog moeilijk hebben met oa onder een tafel kruipen, iets oprapen onder een kast, stappen en draaien, opvangreacties bij vallen. Vooral de rotatie (draaibeweging) blijft achterwege bij een billenschuiver. Daardoor zit hij als het ware vast in zithouding en kan hij niet terug naar lig of stand, wat voor sommigen frustrerend kan zijn naarmate ze ouder worden. Bij het billenschuiven worden ook niet de broodnodige buik-en bilspieren geoefend om tot stand te komen. Een symmetrische poepschuiver is nog hardnekkiger dan de assymmetrische. Bij de assymmetrische lukt het vlugger om uit de zithouding te geraken en zich bv. op te trekken tot stand. Willen we maar zeggen…Zodra je baby zin heeft om te schuiven, grijp in!

Ga zeker eens langs bij de osteopaat, of ga eens langs voor een MOVEMENT LESSON • Geef hem alsnog wat buikligtijd en maak die extra aangenaam (zie spelen in buiklig) • Leer je baby eerst rollen als hij het nog niet kan. • Speel samen met je baby in het grote bed van mama en papa. Daar kan hij naar hartelust omrollen, van zit naar lig vallen, terug op de buik, enzovoort. • Leer je baby vanuit zit draaien door naar speelgoed te laten grijpen • Ga eens langs bij een osteopaat • Leer je kind sluipen en kruipen met volgende tips: Eerst leren sluipen Vóór het kruipen gaan de meeste baby’s sluipen. Om dit te bekomen mag je het je baby wat moeilijk maken door de speeltjes net iets verderaf te leggen. De ondergrond is hierbij niet onbelangrijk. Op parket of gladde vloer hebben ze vaak minder grip. Op een speelmat die wat antislip is kan men het best sluipen en kruipen aanleren. Zorg wel dat die voldoende groot is dan. Er bestaan ook antislipbroekjes of kousebroeken. Het is heel normaal dat je baby eerst achteruit en dan vooruit sluipt/kruipt. Hoe leer ik mijn kind kruipen? Plaats je baby in kruiphouding op de grond of tegen je been als je zit. Hij moet vaak nog leren dat zijn knietjes ideaal zijn om op te steunen. Je kan ook al wat heen en weer wiegen en terwijl een liedje zingen. Zorg dat deze houding wel aangenaam blijft. Als je kind teveel schrik heeft moet je terug gaan naar buiklig. In kruiphouding kan je je baby laten grijpen met één hand. Zo oefen je om afwisselend links en rechts te steunen. Zowel voor sluipen als kruipen kan je het voorwaarts kruipen stimuleren door de voetjes achteraan steun te geven en te laten afduwen. Doe dit wel op zachte ondergrond want als je baby nog niet vlug genoeg zijn handen plaatst valt hij voorover. Hoe leer ik mijn kind nóg kruipen? Plaats je baby tussen je benen en laat hem telkens over je benen draaien tot handen en kniezit. Dit kan je uitlokken door telkens het speelgoed te verplaatsen en eventueel wat meehelpen met je handen. Laat je baby dan ook zelf een manier vinden om terug tot zit te komen. En nog meer tips om kruipen te stimuleren... Wanneer je baby sluipt, maar nog niet kruipt, kan je een kleine hindernis op zijn weg leggen zoals een kussen of laken. Dit zal hem verplichten om zijn billen iets meer op te heffen en te steunen op de knietjes. Ga zelf meekruipen. Als je kind je op dezelfde ooghoogte ziet, zal het veel meer gemotiveerd zijn. Geef je kind ruimte om te rollen, sluipen en kruipen. Beperk de tijd in het park.




0 reacties